Sprookjes:Hoe een hypotheek onder water kan staan en de staat dat bovenwater noemt!

Posted by on Jun 11, 2014 in Opinie van Henk | 0 comments

Soms moet je het huishoudboekje van Jan Modaal eens vergelijken met het huishoudboekje van de Staat. Ik las onlangs het CPB Achtergronddocument, gepubliceerd in de CPB Policy Brief 2013/05 ‘Naar een prudent niveau van de overheidsschuld’ en kon het niet laten een parallel te trekken tussen de Staat als goed huisvader en Jan Modaal als huizenbezitter. N.B. De tekst uit dit achtergronddocument heb ik niet aangepast, maar letterlijk overgenomen! Want laten we eens kijken naar mijn virtuele gespreksweergave tussen Jan Modaal en de Staat. U mag het thuis naspelen…!. De tekst: De Staat: “De Nederlandse overheidsschuld is sinds het uitbreken van de kredietcrisis sterk opgelopen. Eind 2012 lag deze onder het Eurogemiddelde en was die kleiner dan de Duitse schuldquote” Jan Modaal:”Fijn voor je. Ik kon tot 2008 bijlenen, maar nu wil de bank dat ik extra aflos. Duhh: mijn buurman heeft een nog hogere hypotheek heb ik ze gezegd!” De Staat: “Deze oploop is echter zeker niet de grootste ooit, evenmin als het schuldniveau dat is: in de afgelopen tweehonderd jaar zijn er vijf periodes geweest met een forsere schuldoploop ” Jan Modaal: ” Zie je wel. Heb ik ook! In de afgelopen 20 jaar heb ik soms annuitair bij de bank afgelost en soms aflossingsvrij gemaakt bij een nieuw rentevoorstel. Er zijn maar twee periodes geweest dat mijn schuld opliep” De Staat: “Pas sinds 1997 ligt de Nederlandse schuldquote onder de gemiddelde quote van de hoogontwikkelde landen” Jan Modaal: “Tuurlijk. Bij mij ook. Sinds 2006 ligt mijn hypotheekschuld t.o.v. de waarde van het huis onder het landelijk gemiddelde” De Staat: “In de afgelopen decennia vond een significante schuldreductie plaats in de jaren vijftig, zestig en negentig en nam de schuld in de jaren tachtig toe” Jan Modaal: “Moet kunnen. In de afgelopen 1o jaar heb ik ook wel eens iets extra afgelost om later weer bij te lenen” De Staat: “ De Schuldreductie vóór 1980 vond plaats door groei en negatieve reële rentes, ná 1980 door groei en overschotten” Jan Modaal:” Fijn voor je. Ik kon ook extra aflossen door een loonsverhoging en doordat de  hypotheekrente lager werd. Na mijn promotie hield ik natuurlijk nog meer over” De Staat: “Net iets meer dan de helft van de Nederlandse overheidsschuld is in buitenlandse handen” Jan Modaal: ” Cool! Ik heb net mijn hypotheek voor de helft overgesloten naar de Duitse VolksBank ! ” De Staat: “Dit aandeel komt overeen met dat in België en Duitsland” Jan Modaal: “Ooooh, Ja en mijn buurman deed dit ook” De Staat: “De Nederlandse overheidsschuld wordt voor het overgrote deel (85%) lang gefinancierd” Jan Modaal: “Mazzel voor je. Ik mocht de duur van de hypotheek echt niet verlengen van de bank” De Staat :”De rentebetalingen op de...

Read More

Adviseur: maak reclame voor je vak!

Posted by on Jun 8, 2014 in Opinie van Henk | 0 comments

“Wat wij nodig hebben is niet allerlei nieuwe wetgeving, maar een forse campagne waarmee we de bij de overheid heersende mening over ons vak en onszelf eens gaan beïnvloeden.” Aldus financieel adviseur Rien Eyzenga in reactie op het doorzetten door minister Dijsselbloem van Financiën van de periodieke examens voor financieel adviseurs. Ik ben het roerend met hem eens. We moeten stoppen met navelstaren en gewoon accepteren dat de overheid de adviseurs regelmatig wil examineren aangaande hun vakkennis. Petities helpen niet als de meerderheid van de Kamer voor examineren is. Dat is gebleken. Laten we de petitie-ondertekenaars dan nu maar oproepen om ons beroep eens samen goed op de kaart te zetten. “De meerwaarde van de Adviseur” als hoofdonderwerp via een collectieve campagne. Een campagne die dan niet Adfiz-,Verbond of CFD-gebonden mag zijn. Een campagne waarmee we onze beroepsgroep nu eens positief in de schijnwerpers gaan zetten. Niet wachten op standsorganisaties die alleen maar achterhoedegevechten voeren en niet aanvallen. Samen reclame maken voor het vak van adviseur Dat hoeft niet eens moeilijk te zijn. Maar de vraag is of die wil er bij de adviseurs wel is. Wat zijn de mogelijkheden die er geroepen worden aangaande de campagne om de heersende mening van de consument over de adviseur te veranderen ? In de fora worden er een aantal geopperd en ik heb ze hier verzameld: Adviseurs bieden een petitie aan bij het Verbond van Verzekeraars aangaande hun slechte communicatie; Adviseurs trekken publiekelijk ten strijde tegen het uitblijven van een daadkrachtige geldelijke afwikkeling van het ‘Woekerpolisdossier’; Adviseurs zetten weigerachtige verzekeraars op een Zwarte Lijst en doen per direct geen zaken meer met ze; Adviseurs steken de koppen bij elkaar om de spreken over de trage afwikkeling van schadedossiers door sommige verzekeraars; Adviseurs steken de koppen bij elkaar om de spreken over de trage afwikkeling van leven-en pensioendossiers door sommige verzekeraars; Adviseurs denken na over het verhogen van het serviceniveau richting de consument; Adviseurs zoeken naar mogelijkheden om af te komen van de papierwinkel die sommige verzekeraars nog steeds nodig hebben bij hun communicatie richting consument; Adviseurs stellen een richtlijn op met uitleg over wat werkelijk wordt verstaan onder ‘klantvriendelijk handelen’; Adviseurs gaan in gesprek met Radar; Adviseurs gaan massaal twitteren richting het Verbond van Verzekeraars Adviseurs zoeken samenwerking met consumentenorganisaties; Adviseurs roepen verzekeraars op om de polisvoorwaarden beter leesbaar te maken Adviseurs richten een kennisinstituut op; Adviseurs richten een eigen “verzekeraar” of vermogensopbouwplatform op Niet moeilijk dus: alle suggesties zijn immers puur in het consumentenbelang. Voer voor de attente pers. Want iets wat in het belang van de klant is, kan rekenen op vermelding.  Bijvoorbeeld:  beginnen met de beroepseed onder de aandacht van het brede publiek te brengen. de bankiers hebben er een mediashow...

Read More

Zijn we de klos of zijn we verneukt ?

Posted by on Jun 5, 2014 in Opinie van Henk | 0 comments

De kosten van distributie van beleggingspolissen nemen en overgrote hap uit de uiteindelijke belegging van de consument. Zo blijkt uit recente berichten in de landelijke pers. Echter: de kosten van beleggingsfondsen lijken welhaast een vergeten aspect binnen de hele ophef over beleggingspolissen. Consumenten willen zich er liever niet in verdiepen en aanbieders praten er het liefst omheen. De Essentiële Beleggersinformatie moet uitkomst bieden. Of dit genoeg is? De kosten moeten in deze nieuwe Financiële Bijsluiter (kortweg EBI genoemd) nog eenduidiger vermeld worden. De AFM bezweert dat aanbieders “echt alle kosten” erin moeten verwerken. De praktijk geeft echter reden tot zorg. Het valt te betwijfelen of zo’n total expense ratio wel het totale plaatje geeft. Praat met financiële aanbieders over kosten en de opbrengst is een van de eerste verdedigingslinies waar ze zich achter verschuilen. Kijk maar eens naar het Superfund. Ze rekenen 6 procent kosten per jaar en een performance fee van 20% ! Het gaat uiteindelijk om die opbrengst, zeggen ze. Het enige dat bij hen vaststaat zijn de kosten én die hebben een regelrechte invloed op de opbrengst. Ergo, kosten zijn belangrijk en de enige garantie voor de toekomst. Niet zelden zelfs doorslaggevend, zoals bij de oude aandelenlease-producten waarbij de hoge rentekosten in het product vaak hoger lagen dan het rendement op de geleaste aandelen. Kosten in de EBI-bijsluiter De nieuwe bijsluiter is misschien wel eenvoudig, maar niet volledig. Onderzoek van CapGemini naar de transparantie van beleggingsfondsen toont aan dat aanbieders lang niet alle kosten opgeven. Dit terwijl ze dat ook al wel voor de oude bijsluiter moesten doen…. Tal van schemergebieden blijven bovendien buiten beeld. Het eerste dat opvalt is dat de EBI in enkele gevallen niet eens beschikbaar is op aanvraag. Veel vaker gaven aanbieders bepaalde kosten of aanverwante zaken simpelweg niet op in bijsluiter, jaarverslag of prospectus. Een kostenpost die veelal in nevelen blijft gehuld zijn de transactiekosten: voor de aan- en verkopen in de portefeuille van een fonds. Deze komen ten laste van het fonds en zijn hoger al naar gelang de fondsbeheerder actiever handelt. Die transactiekosten zie je niet terug in de total expense ratio die de AFM voorschrijft. Die ‘totale kosten’ geven dus niet het totale plaatje, maar zijn slechts een indicator. Direct gelieerd aan de transactiekosten zijn speciale deals die een fondsbeheerder kan sluiten met brokers die de aan- en verkooptransacties uitvoeren. Zo kunnen ze in ruil voor veel klandizie een korting geven op de transactiekosten middels een retourprovisie (hard commission). Een andere mogelijkheid is dat hij korting krijgt op analistenrapporten (soft commission). De meeste fondsaanbieders vertellen hier niets over. En als ze er al iets over vertellen blijkt dat slechts een vijfde het voordeel van soft commissions naar het fonds doorsluist..Deze kortingen...

Read More

Trackers zijn populair

Posted by on Aug 5, 2013 in Opinie van Henk | 1 comment

Trackers: Doen en Laten Het beleggen in trackers wordt steeds populairder. Dat is een begrijpelijke ontwikkeling, gezien het feit dat met deze producten eenvoudig en tegen lage kosten een beleggingsportefeuille kan worden samengesteld. Maar de ene tracker is de andere niet, en daar dien je je als belegger van bewust te zijn. Hoe een tracker wérkt, dat weten veel beleggers inmiddels wel. Voor wie het niet weet: een tracker (in de VS ook wel exchange-traded fund of ETF genoemd) is een product waarmee een index gevolgd wordt. Koop je, bijvoorbeeld, een AEX-tracker, dan volgt deze tracker het verloop van de AEX-index. Stijgt de AEX 1%? Dan stijgt de waarde van jouw AEX-tracker ook met 1%. Bij een daling geldt hetzelfde principe. Mandje aandelen Maar wat ís een tracker eigenlijk? Laten we een AEX-tracker als voorbeeld nemen. Om de AEX-index te volgen, koopt de instelling die trackers uitgeeft een ‘mandje’ van aandelen die in de AEX-index zijn opgenomen: Philips, Aegon, Koninklijke Olie, et cetera. Niet elk aandeel weegt trouwens even zwaar in de index, dus om de AEX zo nauwkeurig mogelijk te volgen, moeten van het ene bedrijf meer aandelen worden gekocht dan van het andere. Zo’n ‘mandje’ aandelen wordt ook wel een Creation Unit genoemd. Stuk van de taart Om het niet al te technisch te maken (met excuus voor de Jip-en-Janneke-taal): de Creation Unit kun je beschouwen als een taart; de verschillende aandelen zijn de ingrediënten van de ‘taart’. Deze taart vormt in feite de AEX-tracker. Om de tracker verhandelbaar te maken, wordt de taart in 50.000 of 100.000 stukken gesneden (inderdaad: een wanstaltig grote taart). Deze losse stukjes zijn de trackerparticipaties die je, net als aandelen, op de beurs kunt kopen. Fysieke tracker Waarom de bovenstaande uitleg? Omdat ik wil laten zien dat een tracker echt kan bestaan uit aandelen. De hierboven genoemde AEX-tracker bestaat daadwerkelijk uit de aandelen die in de AEX-index zijn opgenomen. Dergelijke trackers worden ook wel fysieke trackers of ‘cash based’ trackers genoemd. U voelt de bui waarschijnlijk al hangen: de ene tracker is de andere niet. Tegenover de fysieke tracker staat namelijk de synthetische tracker (ook wel ‘swap based’ tracker genoemd). Dat klinkt ingewikkeld, en dat is het ook. Toch is het goed om als belegger in grote lijnen te weten wat het verschil is tussen fysieke en synthetische trackers. Om in taarttermen te blijven: weet wat je eet… Indexbeleggen Voor degenen die niet zijn ingewijd in het wondere taalspel van de financiële industrie: indexbeleggen betekent dat je als belegger een bepaalde index één-op-één volgt. Dat kan een aandelenindex zijn. Maar ook meer ‘exotische’ aandelenindices en andere waarden, zoals obligaties en grondstoffen, liggen voor de indexbelegger binnen handbereik. ETF, ETC, ETN, ET…...

Read More

Overstappen naar goedkopere risicoverzekering?

Posted by on Aug 3, 2013 in Opinie van Henk | 0 comments

Henk Folkers geeft zijn visie op de markt van Financieel – en Beleggingsadvies. Hiermee daagt hij marktpartijen uit om na te denken over de ontwikkelingen. Uit de dialogen die onstaan kan de Coöperatie haar inspiratie halen. De wereld van verzekeraars is in beweging. Na de Woekerpolis hebben we weer een item waarvan de consument het zijne zal vinden. Tenminste: als ze het weten. De tarieven van overlijdensrisicodekkingen zijn namelijk historisch laag. Je kunt dus overwegen om over te stappen, maar let daarbij goed op. Als je jaren geleden een overlijdens-risicoverzekering afsloot, dan zul je zien dat de huidige tarieven lager zijn. De premies daalden in de afgelopen tien jaar met gemiddeld 48%, volgens financieel onderzoeksbureau MoneyView. Oversluiten lijkt dus aantrekkelijk. Maar polishouders doen zichzelf daarbij mogelijk tekort. Bij overlijdensrisicoverzekeringen met een gelijkblijvende premie wordt namelijk “ongemerkt” een financiële reserve opgebouwd. De premie is in de eerste jaren namelijk te hoog ten opzichte van de sterftekans. De reserve dient om de hogere premie te financieren, die in latere jaren nodig is om het overlijdensrisico te dekken. Verzekeraars spreiden de premie doorgaans over de looptijd, zodat de klant een vast bedrag aan premie betaalt. Onderzoek van de Boston Consultancy Groep laat zien dat de gemiddelde risicoverzekering die is afgesloten voor een periode van dertig jaar in de praktijk slechts negen jaar loopt. De polishouder die eerder stopt, heeft daarmee achteraf te veel voor de dekking betaald. Hij heeft- in beginsel- recht op de opgebouwde reserve. Het Burgerlijk Wetboek 7:978 lid 2 verplicht verzekeraars een premievrije dekking aan vertrekkende klanten te geven als uit de opgebouwde reserve meer dan €5.000 dekking bij overlijden kan worden gefinancierd. Maar er zijn verzekeraars die de vrijvallende gelden gebruiken om lagere premies te kunnen bieden aan nieuwe klanten. Cijfers laten zien dat van de 40 verzekeringen aangeboden door diverse verzekeraars, er in 27 gevallen de mogelijkheid de verzekering premievrij voort te zetten ontbreekt. Opvallend vaak zijn dit de verzekeraars met de laagste premies. Bij onder andere Legal & General en TAF ontbreekt de mogelijkheid om de polis premievrij te laten doorlopen. “Omdat er geen reserve is”, zegt TAF. Bij de vaststelling van hun premies is rekening gehouden met de wetenschap dat een deel van de verzekerden de verzekering voortijdig beëindigt en is in de ( jawel, nieuwe..) tarieven verdisconteerd. Legal & General bood bij polissen tot oktober 2011 de mogelijkheid om deze premievrij te laten doorlopen. Verzekerden hadden daardoor nog een korte tijd nadat zij hadden aangegeven de verzekering te willen beëindigen toch een dekking, terwijl men daar kennelijk geen behoefte meer aan had. Vanaf die datum hebben zij ervoor gekozen om de eventuele premiereserve in te zetten voor een lagere premie. De verzekeraar wijst klanten erop dat...

Read More

Beleggen ook iets voor u?

Posted by on Jul 27, 2013 in Opinie van Henk | 0 comments

De keuze of beleggen iets voor u is, hangt af van een aantal factoren: Uw houding ten aanzien van het nemen van risico De periode die u heeft om uw belegging te laten renderen De mate van afhankelijkheid van de beleggingsresultaten. Er doen veel spookverhalen de ronde over beleggen. Daarentegen worden soms ook verwachtingen geschetst waarbij de opbrengsten tot in de hemel reiken. In dit artikel leest u meer over de zin en onzin over beleggen en daarnaast treft u wetenswaardigheden over beleggen, risico en rendementen aan. Wat is het risico bij beleggen? In het kort kan risico omschreven worden als de afwijking van het jaarlijks rendement ten opzichte van het verwachte rendement. Veranderde economische omstandigheden en/of veranderde omstandigheden voor beursgenoteerde ondernemingen veroorzaken koersschommelingen. De kans op grote of kleine schommelingen is moeilijk te voorspellen, de enige zekerheid die u heeft is dat het rendement ieder jaar weer anders zal zijn. Wel zijn er enkele handvatten voor te geven. In het algemeen geldt: Hoe hoger het risico, des te hoger het rendement Obligatiefondsen kennen een lager risico dan aandelenfondsen Beleggen in meerdere beleggingscategorieën betekent spreiding van het risico en per saldo een lager risico Wereldwijde spreiding verlaagt het risico Risico neemt af naarmate een looptijd langer wordt Beleggen in een multinational (die op meerdere markten aanwezig is) kent een lager risico dan beleggen in een kleiner bedrijf (dat op slechts één markt haar producten afzet). Wat is risicospreiding?  Het principe van risicospreiding zullen we duidelijk maken aan de hand van de paardensport. Als er bij de paardenrennen slechts één paard meeloopt in de race, is de uitkomst vooraf voorspelbaar. Als iedereen meedoet met de weddenschap, behaalt dus niemand winst. Paardenrennen worden pas interessant, indien meerdere paarden meedoen en de uitslag niet met volledige zekerheid te voorspellen is. Wie in dit geval op slechts een enkel paard inzet, verliest zijn gehele inzet of krijgt juist de volle winst. Wil iemand minder risico lopen, dan doet hij er goed aan meerdere weddenschappen af te sluiten. De kans dat zijn gehele inzet teloor zal gaan, is nu aanmerkelijk kleiner. Daar staat tegenover dat de maximaal te behalen winst ook beperkter is, omdat slechts één paard kan winnen. Bij beleggen gaat het net zo. Beleggen is interessant zodra de opbrengst onzeker is. Een belegger kan kiezen voor een belegging in een enkel aandeel of beleggingsfonds, of besluiten zijn geld over meer mogelijkheden te spreiden. Bij spreiding van zijn beleggingen zullen de risico’s beperkter zijn. De kans is immers erg klein dat alle beleggingen tegelijk in waarde dalen. Omgekeerd zullen ze ook meestal niet gezamenlijk in waarde stijgen. De winstpotentie is dus ook minder dan bij een enkele belegging. Is het instapmoment van belang?  Beleggers...

Read More